Een goede bodemkwaliteit, met name de bodemstructuur is in staat om de watertoevoer te reguleren en water op te vangen. De bodem bestaat uit vaste deeltjes, water en lucht. Een goede bodemstructuur heeft voldoende poriën in verschillende grootte. Wormen, ander actief bodemleven en plantenwortels vormen deze poriën. In natte tijden houdt de bodem vocht vast en in tijden van droogte levert de bodem vocht aan het gewas. Voldoende aanvoer van organische stof voor een actief bodemleven en sponswerking en de timing en methode van grondbewerking zijn belangrijke factoren voor een goede bodemkwaliteit en –structuur.

Waterbergend vermogen

De infiltratiecapaciteit van de bodem is dan zodanig dat neerslag snel genoeg kan doordringen in de onderste bodemlagen. Een groot waterbergendvermogen van de bodem voorkomt wateroverlast, plassen op het land en afspoeling van water met nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen over het grondoppervlak naar de sloot

Vochtleverend vermogen

De vochtleverantie bepaalt in belangrijke mate de groei en de daaraan gerelateerde gewasopbrengst. De bodem kan met een goede bodemkwaliteit en -structuur meer vocht vasthouden. In tijden van neerslagtekort is vocht beschikbaar uit de onderste bodemlagen. De capillaire werking zorgt dat het vocht door de poriën omhoog komt naar de plantenwortels.