Wortels vervullen verschillende functies voor de plant: ze nemen water en voedingsstoffen op en zorgen voor een verankering van het gewas in de grond. Wortels vervullen ook functies voor de bodem: dode wortels en de stoffen die wortels uitscheiden zijn een bron van organische stof en voedsel voor het bodemleven. Wortels dragen bij aan de vorming van bodemstructuur en de samenhang tussen bodemdeeltjes.

De poriën in de bodem geven wortels de ruimte om te groeien. Sommige plantenwortels (zonnebloemen, vlas, klaver) hebben poriën van 0,3 tot 0,5 mm nodig. Gewassen met dikkere wortels zoals ui en prei hebben grotere poriën nodig. Wortels kunnen kleine poriën (0,2 mm) ingroeien en deze vergroten. Hierbij kan een druk ontstaan van 0,51 tot 2,43 MPa. Aan de verdikking van een wortel is te zien dat hij bodemweerstand heeft ondervonden. Wortels kunnen verdichte grond of storende lagen niet opheffen. Het bodemleven draagt bij aan de vorming van de poriën. Zo vind je in wormengangen vaak strengen van wortels.

Stikstof, fosfor, zuurgraad en vochtgehalte hebben veel invloed op de wortelontwikkeling. Wanneer in diepere lagen van de bodem meer stikstof aanwezig is, bijvoorbeeld in de veenlaag bij klei op veen, dan hebben de wortels van planten de neiging zich daar te ontwikkelen. Planten investeren relatief meer in hun wortels als voedingsstoffen of water schaars zijn. Er zijn verschillende maatregelen om beworteling te stimuleren.