Verdichting (of compactie) van de bodem is een vorm van bodemdegradatie waarbij de bodemstructuur verloren gaat omdat de bodem wordt samengedrukt.

Daardoor nemen het bodemleven, de doorlaatbaarheid voor water en lucht en de mogelijkheden voor plantengroei af. Bodemverdichting in de landbouw ontstaat vooral door het gebruik van zware machines.

Verdichting kan tot dieper dan één meter gaan. In bodems die regelmatig geploegd worden zit vaak een verdichte laag op de ploegdiepte (meestal rond 25 cm.). De mate van verdichting hangt af van de textuur en het vochtgehalte van de grond, en van de druk van de machines. Zware machines geven bijvoorbeeld meer risico op verdichting dan lichte machines. Ook de grootte van de banden en de bandenspanning zijn bepalend.

Vochtige bodems zijn veel gevoeliger voor verdichting dan droge bodems. Grondbewerking onder natte condities is dus zeer ongunstig voor de bodemstructuur, en zorgt voor veel verdichting.

Ook lijken zware bodems (klei- en leemgronden) gevoeliger voor compactie dan lichte bodems (zandgronden). Ook op zandgronden kan verdichting echter aanzienlijk zijn. In het artikel Verdichting voorkomen is cruciaal: de bodem onder een vruchtbare kringloop staat bijvoorbeeld beschreven dat verdichting één van de belangrijkste bodemproblemen is voor melkveehouders in de Achterhoek.

Verdichting is lastig tegen te gaan. Er zijn echter maatregelen die verdichting kunnen voorkomen.
Lees hier vier factsheets met relatie ondergrondverdichting met klimaat, waterhuishouding, natuurbeheer en agrarische bedrijfsvoering.