Wateroverlast ontstaat wanneer de hoeveelheid neerslag niet afgevoerd kan worden.  Oorzaken zijn bijvoorbeeld bodemverdichting of zeer veel neerslag in een korte periode. Wateroverlast is schadelijk voor de opbrengst: op plekken waar plassen op het land staan kan het gewas niet groeien. Bovendien vindt er dan vorming van N2O (lachgas) plaats. Dat gas is een sterk broeikasgas en draagt bij aan klimaatverandering. Bovendien betekent emissie van lachgas stikstofverlies voor de agrariër.

Een goede ontwatering door sloten en drains vermindert wateroverlast. Drainage kan verstoord zijn door bewerking van de bodem, slootonderhoud of natuurlijke verzakking. Ook kunnen drains zijn vervuild door inspoeling van bodemdelen. Waterstagnatie is een indicatie van structuurschade en/of onvoldoende afvoermogelijkheden van water. Zelfs bij hevige regenbuien mag water niet langer dan enkele uren blijven staan.

Er zijn verschillende maatregelen om wateroverlast tegen te gaan.