foto-profielkuil-graven

Zicht op bodemstructuur in Flevoland

Samen de bodem visueel beoordelen aan de hand van een profielkuil. Dat deden akkerbouwers in Flevoland, onder leiding van landbouwkundig adviseur Coen ter Berg en bodemexpert Marleen Zanen. Daarmee leerden zij zelf de bodemstructuur, beworteling, bodemleven en ontwatering te beoordelen en na te gaan wat dit voor hun bedrijfsvoering betekent.

Met het project ‘Zicht op bodemstructuur’ is een methode ontwikkeld waarin agrariërs geleerd wordt om zelf de bodemstructuur te beoordelen. Er is een veldgids met veel referentiefoto’s voor de Flevolandse bodem gemaakt. Op 26 januari 2017 zal de afsluiting van de eenjarige pilot plaatsvinden.

Het project is mede mogelijk gemaakt door het Flevoland Agrarisch Collectief en is onderdeel van het actieplan Bodem en Water. LTO, Waterschap Zuiderzeeland en Provincie Flevoland werken met dit project samen aan een duurzame en toekomstgerichte landbouw.

Bekijk hier een filmpje over het beoordeling van de bodemkwaliteit.
Contactpersoon: Marleen Zanen, m.zanen@louisbolk.nl

150423-janmaat-03

Bodemacademie studiegroep Noord-Holland

“De kunst van bodembeheer is het vinden van de juiste verhoudingen en het leggen van verbindingen”, zegt Leen Janmaat van het Louis Bolk Instituut. Naar aanleiding van negen lezingen voor LTO Noord is er in Noord-Holland een Bodemacademie studiegroep gestart. Over bodemleven zijn er nog veel vragen. Ondanks dat het bodemleven een klein percentage van de bodem uitmaakt, vervult het een belangrijke functie. Bodembewerkingen hebben hier grote invloed op.

Schimmels komen vooral voor in bodems die weinig verstoord worden. Zo is een bosbodem schimmeldominant en een akkerperceel eerder bacteriedominant. Dit heeft te maken met de verstoringen die optreden door grondbewerkingen. Dus het inbrengen van mycorrhizaschimmels heeft alleen zin als het samen gaat met weinig bodembewerkingen. Ook pendelaars die bijdragen aan de ontwatering van percelen, zijn gevoelig voor bodembewerkingen en hebben baat bij een extensieve manier van bodembeheer.

Dit soort onderwerpen komen aan bod in de Bodemacademie studiegroep in Noord-Holland. De groep komt regelmatig bij elkaar om in het veld profielkuilen te graven en om de bodemconditie te beoordelen. Wilt u ook een studiegroep oprichten?

Neem dan contact op met Leen Janmaat l.janmaat@louisbolk.nl

150423-janmaat-03

150423-koopmans-03

Hoorzitting organische stof en bodemvruchtbaarheid

Er is te weinig zicht op de ontwikkeling van bodemvruchtbaarheid. “Dit kan uitgroeien tot problematische proporties door klimaatverandering”, betoogde Chris Koopmans op woensdag 26 oktober voor de vaste Commissie van Economische Zaken van de Tweede Kamer. Zijn pleidooi ging over meer aanvoer en opbouw van organische stof in landbouwbodems en meer aandacht voor de functies van een ruime vruchtwisseling.

Alleen goed bodemmanagement kan bijdragen aan de benodigde koolstofvastlegging in Nederlandse landbouwbodems. Voor een bijdrage aan klimaatadaptatie is organische stof immers de sleutel. De aanvoer en opbouw van organische stof zal op veel percelen omhoog moeten. Op deze manier verminderen ook de productierisico´s voor boeren. Organische stofopbouw is niet alleen afhankelijk van externe aanvoer maar ook van opbouw in de bodem (wortelmassa, gewasresten). Dit pleit voor gezonde (ruime) rotaties, bodembedekking, juiste grondbewerking en organische stof van goede kwaliteit. Geen extra ruimte voor snelwerkende meststoffen maar juist een evenwicht in bodemopbouw en input van organische stof die planten voedt. Organische reststromen worden toenemend ingezet voor ´duurzame´ energie, maar daarmee gaat potentiële opbouw van bodemvruchtbaarheid verloren. De overheid kan het voortouw nemen bijvoorbeeld door de duur van pacht te verlengen en pachtprijzen te koppelen aan beheer.

Lees de volledige bijdrage hier

150423-koopmans-03

Meer informatie Chris Koopmans: c.koopmans@louisbolk.nl

Foto Pacht CLM

Brabant start met bodemvriendelijke pachtvoorwaarden

Sinds 15 juli staan nieuwe pachtvoorwaarden voor gronden in bezit van provincie Brabant online. Hiermee wil de provincie duurzaam bodem- en waterbeheer op pachtgrond stimuleren.

Groenontwikkelfonds Brabant baseert de duurzame pachtvoorwaarden op een advies van CLM. Dat advies gaat in op de effectiviteit van de pachtvoorwaarden en het verpachtingsproces. Daarnaast berekende CLM het effect op de pachtprijs via het eigen rekenmodel Pachtwijzer.

CLM verkende specifieke pachtvoorwaarden voor gronden die binnen of buiten het begrensde natuurnetwerk liggen. Buiten het natuurnetwerk heeft de grond een landbouwkundige waarde en geldt het doel om de omgevingskwaliteit (waterkwaliteit, bodemkwaliteit en biodiversiteit) te versterken. Daarbij kunnen pachtvoorwaarden gelden als behoud en beheer van landschapselementen en het uitsluiten van teelten die de water- en bodemkwaliteit te zwaar belasten.

Binnen het begrensde natuurnetwerk is het primaire doel de gronden geschikt te maken voor de toekomstige natuur. Grasland is daarvoor een geschikt landgebruik. CLM stelde specifieke beheerpakketten op waarbij door selectieve bemesting en maaien zo veel mogelijk fosfaat aan de bodem wordt onttrokken. Het ruwvoer dat daarbij wordt gewonnen past uitstekend in de moderne melkveehouderij.

De voorgestelde duurzame pachtvoorwaarden beïnvloeden de gewasopbrengst en vragen extra arbeid. Dat verlaagt het rendement van deze pachtgronden en beïnvloedt de pachtprijs. Om het effect op de pachtprijs vast te stellen is het CLM-rekenmodel Pachtwijzer gebruikt.

Meer informatie: Anneloes Visser, avisser@clm.nl, 0345-470763.

Foto Pacht CLM

01 N&M14_563 Infographic Where foods begins_Page_4

Save Our Soils maakt bewust van de bodem

Deze infographics komen uit de Save Our Soils campagne die is geïnitieerd door Nature & More en wordt ondersteund door verschillende NGO’s en bedrijven. De Save Our Soils campagne heeft als doel consumenten bewust te maken van het belang van de bodem voor menselijke gezondheid, voedselzekerheid en klimaat.

Meer informatie bij Michaël Wilde, michael.wilde@eosta.com, 06 20 53 50 63 of op www.saveoursoils.nl.

01 N&M14_563 Infographic Where foods begins_Page_4 01 N&M14_563 Infographic Plate_Page_2

Niet-kerende grondbewerking vermindert emissie
 van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater

Aandacht voor goed bodembeheer in SchoonWaterWijzer

Bodemmaatregelen zoals niet-kerende grondbewerking dragen bij aan vermindering van emissie van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater. Gebruikers van bestrijdingsmiddelen worden hierop gewezen in de SchoonWaterWijzer die sinds begin april beschikbaar is.

Met de SchoonWaterWijzer brengen gebruikers hun geïntegreerde teeltwijze in kaart, van erf tot akker en van preventie tot bewuste omgang met middelen. Door deze online tool in te vullen voldoen ze tegelijk ook aan de verplichting een gewasbeschermingsmonitor bij te houden. Staatsecretaris Dijksma heeft deze verplicht gesteld voor alle professionele gebruikers van bestrijdingsmiddelen. De tool is online voor iedereen beschikbaar en samen met een actuele spuitregistratie voldoet de gebruiker aan alle wettelijke eisen. De SchoonWaterWijzer is ontwikkeld binnen het project Schoon Water voor Brabant onder regie van het CLM in samenwerking met DLV Plant. Het doel is om de gebruiker een ruime waaier aan (bodem)maatregelen te laten zien, die bijdragen aan emissiebeperking én de gebruiker in staat te stellen aan zijn wettelijke verplichting te voldoen.
Op de website van Schoon Water voor Brabant staat meer informatie over het beperken van emissies.

Meer informatie bij Dirk Keuper, CLM, dkeuper@clm.nl en 0345-470729

Bodemgebruikers zijn zich vaak niet bewust van
de risico's van ondergrondverdichting

Gevolgen en oplossingen voor ondergrondverdichting vastgelegd in factsheets

Verdichting van de bodem vanaf de ploegzool en dieper is een onderschat probleem. De gevolgen van ondergrondverdichting voor agrarische productie, natuurontwikkeling, klimaat en waterhuishouding zijn samengevat in vier factsheets. Iedere factsheet beschrijft ook oplossingen om ondergrondverdichting te voorkomen.

Bijna 50% van de ondergrond in de landbouw overschrijdt het niveau van kritische dichtheid, blijkt uit veldonderzoek. Het gaat dan om de ploegzool en dieper. Ondergrondverdichting is onomkeerbaar. De diepte maakt het lastig om ondergrondverdichting op te heffen zonder dat de structuur instabiel wordt en opnieuw verdicht. Dit leidt tot opbrengstderving, kwaliteitsverlies en verminderde waterberging in de bodem. Aandacht voor het voorkomen van ondergrondverdichting is dus noodzakelijk.

Eerder onderzoek liet zien dat ondergrondverdichting veel voorkomt in het veld, terwijl boeren en andere belanghebbenden als waterschappen en natuurbeheerders onbekend zijn met het probleem. Hieruit bleek dat meer aandacht nodig is voor de gevolgen van ondergrondverdichting en praktische maatregelen ter voorkoming ervan. De factsheets voorzien in deze behoefte aan informatie in relatie tot de waterhuishouding, natuurontwikkeling, het agrarisch bedrijf en klimaatverandering.

Het interprovinciaal overleg Bodem en Rijkswaterstaat zijn opdrachtgevers van het Prisma-project waarin onderzoek en communicatie plaats vindt over ondergrondverdichting door CLM en Alterra. In het kader van het project werd eerder een risicokaart voor ondergrondverdichting gemaakt. Lees ook de samenvatting van het Prisma-onderzoek.

Meer informatie bij Anneloes Visser, CLM, avisser@clm.nl of 0345-470763

Diepploegen als ingrijpende correctiemaatregel
na structuurverslechtering (Foto Van Werven)

Vruchtbaar Flevoland: van diepploegen naar duurzaam bodembeheer

De Flevopolder staat bekend om zijn vruchtbare gronden. Toch is op veel plaatsen de bodemvruchtbaarheid binnen één generatie boeren verminderd, door verslechtering van de bodemstructuur. Naast het ‘natuurlijke’ bodemproces van inklinking na inpoldering wordt dit veroorzaakt door de steeds intensievere bedrijfsvoering. Granen verdwijnen uit het bouwplan en het aandeel tuinbouw-gewassen stijgt. Er wordt met zwaardere machines op het land gereden en later geoogst. Dat gaat ten koste van de bodemvruchtbaarheid.   

Dit staat in het rapport “Van bodemdilemma’s naar integrale verduurzaming” dat is gepubliceerd door de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding (RIDLV). Het eerste exemplaar is recent door RIDLV-voorzitter Edith Lammerts van Bueren overhandigd aan gedeputeerde Bert Gijsberts van de provincie Flevoland.

Het rapport legt bloot hoe de te sterke focus op de korte termijn duurzaam bodembeheer in de weg staat, en wijst daarbij onder andere op de nadelige gevolgen van liberale pacht en druk vanuit de keten. De sterke focus op de korte termijn heeft ook negatieve gevolgen voor klimaat, biodiversiteit en grondwater.

Daarnaast laat het rapport zien waar initiatieven genomen worden om wél rekening te houden met de lange termijn. Een van de aanbevelingen is het instellen van een Task Force voor bodemvruchtbaarheid en waterhuishouding op lange termijn, omdat het probleem moet worden opgelost op lokaal, regionaal én nationaal niveau. Er ligt er een rol voor onderwijs, ketenpartijen, waterschap, provincie, LTO en rijksoverheid.

Het onderzoek is gefinancierd door de Triodos Foundation, het  Waterschap Zuiderzeeland en de Provincie Flevoland. Het rapport kreeg uitgebreid aandacht in de media en leidde tot Kamervragen. Ook maakte Vroege Vogels een reportage . U kunt het rapport downloaden.

Meer informatie bij Sjef Staps, Louis Bolk Instituut, s.staps@louisbolk.nl , 0343-523867

Het uitrijden van Bokashi op basis van slootmateriaal

Groene grondstof van overheid naar agrariër

Binnen het project Boeren op Goede Grond in de gemeente Midden Drenthe hebben agrariërs van het waterschap Reest en Wieden groenafval in de vorm van Bokashi ontvangen als grondstof voor de bodem.

In de gemeente Midden Drenthe werken een aantal agrariërs in het project Boeren op Goede Grond, geïnitieerd door de provincie Drenthe, aan het verbeteren van de bodemkwaliteit. Dit gebeurt onder andere door het tekort aan organisch materiaal aan te vullen met (geiten)mest en compost. Maar ook in de omgeving is vaak voldoende organisch materiaal voorhanden.

Het waterschap Reest en Wieden heeft het initiatief genomen om het organisch materiaal dat vrijkomt bij het slootschonen direct te verwerken tot Bokashi en aan te bieden aan de agrariërs. Bokashi wordt gemaakt door organisch  materiaal te fermetenteren met micro-organismen in een zuurstofarme omgeving waarna het kan worden toegepast in de landbouw. Bokashi is in dit geval gemaakt daar waar het materiaal vrijkomt, langs de slootkant. Het waterschap heeft micro-organismen toegevoegd aan het slootschoonsel en het verpakt in een plastic baal.

Na 10 weken was het materiaal gefermenteerd en in april is het materiaal toegepast bij  twee akkerbouwers die deelnemen aan het project Boeren op Goede Grond. De akkerbouwers hebben de Bokashi licht ondergewerkt. Ze zijn heel benieuwd naar het effect van Bokashi op het gewas en de grond. Vanwege de minimale hoeveelheid stikstof is de verwachting dat Bokashi voornamelijk invloed heeft op de bodemstructuur en het bodemleven.

Ook de gemeente Midden Drenthe heeft interesse om op deze manier het bermmaaisel en bladafval her te gebruiken en heeft zich aangesloten bij het initiatief. Als de innovatie goed blijkt te werken wordt in de toekomst op een grote schaal groene grondstof aangeboden in de vorm van Bokashi van overheid naar agrariër.

Meer informatie bij Saskia van Miltenburg, MWH, saskia.vanmiltenburg@mwhglobal.com, 06 5132 2429.

facsheet

Factsheet en brochure duurzaam bodembeheer in de Veenkoloniën

Organische stof op de Veenkoloniale gronden is vaak afkomstig van veen dat er ooit groeide. Daardoor is deze organische stof zeer koolstofrijk en stikstofarm. De  grond is daardoor moeilijk rul te krijgen, snel verdicht en gevoelig voor verstuiving. Twee nieuwe producten van het Louis Bolk Instituut zijn speciaal gericht op kennis over en beheer van deze gronden: de factsheet Sturen met organische stof in de Veenkolonien en de brochure Bodemscan op zand- en dalgronden: Beoordelingskader Veenkoloniale gronden.

In de factsheet Sturen met organische stof in Veenkoloniën staat informatie over de rol van organische stof in de bodem, en op welke manier organische stof aangevoerd kan worden. De factsheet is ontwikkeld in het kader van het praktijknetwerk Sturen met organische stof in de Veenkoloniën.

De Bodemscan© van het Louis Bolk Instituut helpt om de bodem, vooral Veenkoloniale gronden, te leren zien en begrijpen. De scan is een instrument dat bijdraagt aan de discussie over waterhuishouding, de hoofdgrondbewerking en de inzet van vanggewassen op het agrarische bedrijf. In het eerste deel van de brochure Bodemscan© zand- en dalgronden: Beoordelingskader Veenkoloniale gronden wordt toegelicht hoe de Bodemscan© op het eigen bedrijf kan worden gedaan aan de hand van een profielkuil. In deel 2 worden beheersmaatregelen voorgesteld, afgestemd op wat er in de bodem is gezien en gemeten met de Bodemscan©. Het toepassen van de informatie uit de Bodemscan© bevordert op lange termijn de productiviteit, het milieu en de bodemvruchtbaarheid van deze gronden.

Meer informatie bij Marleen Zanen, Louis Bolk Instituut, m.zanen@louisbolk.nl, 0343-523 875.