foto 1 brabant bewust

Brabant BEWUST: een goede bodem tegen afspoeling nutriënten

De afgelopen jaren zijn de bemestingsnormen gedaald tot onder de adviesbemesting. Tegelijkertijd blijkt deze daling nog steeds niet voldoende om aan alle waterkwaliteitsnormen te voldoen. Dit vormt de startpunt voor het meerjarige programma Brabant BEWUST dat in januari 2017 van start is gegaan. Het project is bedoeld om de uit- en afspoeling van nutriënten naar het grond- en oppervlaktewater tegen te gaan en is een initiatief van ZLTO, Cumela, provincie Noord-Brabant en de Brabantse waterschappen. De uitvoering is in handen van ZLTO, CLM, Delphy en DLV Advies.

Veehouders, akkerbouwers, vollegrondsgroentetelers en loonbedrijven gaan binnen het project werken aan bodem, bodemvruchtbaarheid, bemesting en mineralenbenutting. In Noord-Brabant worden 24 ondernemersgroepen opgestart. Zij gaan aan de slag met een goed gevulde ‘gereedschapskist’ met haalbare en effectieve maatregelen, zoals precisiebemesting, bodemanalyses (‘meten is weten’), verhoging van het organischestofgehalte in de bodem en inzicht in de mineralenstromen op het bedrijf (m.b.v. de Kringloopwijzer).

Voor meer informatie: neem contact op met Carin Rougoor, CLM (crougoor@clm.nl | T 0345-470769)

foto 6 compost extract

Compostextract beïnvloedt stikstofopname uit veenweidebodem

In het kader van het project ‘Proeftuin Veenweiden’ deed het Louis Bolk Instituut in samenwerking met Soiltech een pilot studie naar het effect van het compostextract Fytaforce op de stikstofopname van gras uit de veenweidebodem. De proef liet zien dat Fytaforce mogelijk een invloed heeft op de stikstofopbrengst van gras door het seizoen heen. Vervolgonderzoek is opgestart.

Op veenweidebodems speelt het specifieke probleem dat het eiwitgehalte van het gras door het seizoen heen varieert, en in het najaar sterk oploopt. Dit maakt sturen van het eiwitgehalte in rantsoenen van melkkoeien lastiger wat kan leiden tot extra ammoniakemissie.

Fytaforce, een opgewerkt compost extract, bevat veel soorten micro-organismen. Hypothese is dat het bijdraagt aan de opbouw van de bodembiologie, en daarmee een invloed heeft op de plantbeschikbare stikstof.

In de proef werd cumulatief over 4 snedes een trend gezien naar een hogere droge stof opbrengst (13% toename) en een numeriek hogere stikstofopbrengst (23% toename) waargenomen, ten opzichte van onbehandelde veengras kolommen. De gebruikte veenkolommen zijn niet bemest geweest vooraf en tijdens de proef. Meer resultaten zijn te lezen in het V-focus artikel Fytaforce en N-opname gras op veenbodem.

 

Proeftuin Veenweiden is een initiatief van LTO Noord en VIC Zegveld. De uitvoering is in handen van LTO Noord, Wageningen University & Research, VIC Zegveld, PPP-Agro Advies en het Louis Bolk Instituut. Het programma wordt gefinancierd door de provincie Zuid-Holland en het ministerie van Economische Zaken. De provincies Utrecht en Noord-Holland doen mee op specifieke onderdelen.

Neem voor meer informatie contact op met Jeroen Pijlman (j.pijlman@louisbolk.nl)

foto 2 circulaire landbouw

De bodem als motor voor circulaire landbouw

In 2017 is het Programma Circulaire Landbouw van start gegaan in de twee gemeenten Sint Tunnis en Boxmeer. Met dit programma willen de initiatiefnemers, de beide ZLTO-afdelingen, een beweging organiseren onder alle boeren om met duurzaam bodembeheer aan de slag te gaan. In het besef dat de huidige bouwplannen veel vragen van deze jonge en kwetsbare bodems, is het extra belangrijk om meer te investeren in de buffercapaciteit van de bodem. Als iedereen meedoet verbetert niet alleen het opbrengend vermogen van de grond, maar ook de omgevingskwaliteit, zoals de kwaliteit van grond en oppervlaktewater.

Wat we gaan doen is in samenwerking met andere projecten verschillende bodembeheermaatregelen introduceren en technisch begeleiden bij agrariërs. We inventariseren alle biomassastromen in de beide gemeenten buiten de landbouw en experimenteren met manieren om die via bewerking – mogelijk met mest – te incorporeren in de bodem. En wij dagen grondeigenaren uit om duurzaam bodembeheer te waarderen bij de uitgifte van grond. In dit gebied wordt ca. 40% van de grond in gebruik gegeven door de eigenaar aan (collega) agrariërs.

Het programma wordt mogelijk gemaakt door de provincie Noord Brabant en Waterschap Aa en Maas.

Vragen? Neem comtact op met Jos Verstraten, ZLTO (jos.verstraten@zlto.nl | T 06 2251 8660), Marcel Derks (mptmderks@hetnet.nl | 06 2506 1795) of Wim Dijkman, CLM (wdijkman@clm.nl | T 06 5569 6320).

 

foto bij artikel prijsvraag GOB

Prijsvraag: grond voor ‘natuurlijk ondernemen’

Het Groen Ontwikkelfonds Brabant daagt ondernemers en burgerinitiatieven uit om met nieuwe, verfrissende ideeën te komen voor vijf clusters van percelen in het buitengebied van Brabant. Voorwaarde is wel dat op de beschikbare grond natuurontwikkeling en ondernemerschap op een creatieve wijze worden gecombineerd. “Vooral interessant voor ondernemers en burgerinitiatieven die goede plannen hebben, maar niet beschikken over de grond om hun ideeën ook daadwerkelijk te realiseren”, zegt Mary Fiers, directeur van het Groen Ontwikkelfonds Brabant. De criteria voor de nominaties zijn opgesteld in samenwerking met het Louis Bolk Instituut.

Het Groen Ontwikkelfonds Brabant biedt vanaf 1 februari ruim 42 hectare grond aan op in totaal vijf locaties: Breda, Hilvarenbeek, Schijndel (Boschweg en Hardekamp) en Son en Breugel. De clusters zijn eventueel op te splitsen in kleinere, kadastraal bepaalde percelen.

Ondernemers en burgerinitiatieven met goede ideeën voor deze percelen worden uitgedaagd om hun plan concreet te maken en bij het Groen Ontwikkelfonds aan te dragen. De plannen worden niet alleen beoordeeld op de aangeboden koop- of pachtprijs, maar vooral op de inhoud. Bij de beoordeling wordt meegewogen of en zo ja hoe de plannen passen in de omgeving, zorgen voor de verbetering van de natuurwaarden en bijdragen aan een duurzame bedrijfsvoering en bodemkwaliteit. “Wij denken met deze prijsvraag een interessant aanbod te doen. Bijvoorbeeld aan ondernemers die hun bedrijf willen uitbreiden of er een willen starten en daarvoor grond nodig hebben”, aldus Mary Fiers.

Meer informatie over de prijsvraag, die is ontwikkeld in samenwerking met het Louis Bolk Instituut, staat op de website van het Groen Ontwikkelfonds Brabant. Via de website kan op de prijsvraag worden ingeschreven. Op de site zijn ook de spelregels, de kavelpaspoorten van de vijf locaties en de planning terug te vinden.

foto werken aan bodemkwaliteit

Werken aan bodemkwaliteit levert veehouder geld op

Uit onderzoek blijkt dat melkveebedrijven met derogatie op zand- en kleigrond het beste hun bodemkwaliteit kunnen verbeteren door de verdeling  60% blijvend grasland, 20% grasklaver (rode en witte klaver) in rotatie met 20% snijmais te hanteren. Door een hoog aandeel blijvend grasland met een lage frequentie van graslandvernieuwing en vruchtwisseling van mais met grasklaver wordt optimaal organische stof opgebouwd.
Uit de economische doorrekening van deze verandering in landgebruik blijkt dat dit voor een gemiddeld melkveebedrijf uit de Achterhoek en Liemers een financiële plus oplevert van 6.000 tot ruim 7.400 euro. Het Louis Bolk Instituut heeft de berekeningen samen met Wageningen Livestock Research opgesteld en baseert zich op divers bodem- en klaveronderzoek uit het verleden, gecombineerd met recente doorberekeningen van kengetallen uit het project Vruchtbare Kringloop.


Winst door slimme keuzes in landgebruik

Door elke drie jaar 20% grasklaver op het melkveebedrijf te roteren met 20% snijmais, en 60% van het perceel te reserveren voor blijvend grasland met een lage frequentie van graslandvernieuwing verbetert de bodemkwaliteit aanzienlijk. De onderzoekers van het Louis Bolk Instituut hebben die bodemkwaliteit getoetst aan de hand van het organische stofgehalte, de bodemchemie, de bodemstructuur, de beworteling, het bodemleven en de waterhuishouding. Zo loopt bijvoorbeeld het organische stofgehalte op dekzandgrond onder blijvend grasland op naar 6 tot 7% terwijl continue bouwland rond de 2% schommelt. Met een vruchtwisseling van 3 jaar grasklaver en 3 jaar mais kan dit organische stofgehalte oplopen naar 3,5 tot 4%. Vervolgens hebben de onderzoekers in twee scenario’s doorberekend wat de effecten zijn als een gemiddeld melkveebedrijf uit de regio Achterhoek en Liemers overstapt op blijvend grasland en snijmais in rotatie met grasklaver. Hieruit blijkt dat dit geld oplevert (tussen de € 6.000 en ruim €7.400) én milieuwinst: minder aanvoer van soja en minder gebruik van kunstmest, waardoor de nitraatuitspoeling daalt, en de ammoniakuitstoot beperkt blijft.

Cruciale stap om bodemkwaliteit te verbeteren
“Voor de melkveehouders uit Achterhoek en Liemers is deze nieuwe kennis cruciaal om de kwaliteit van hun bodem te verbeteren”, stelt Van Eekeren, onderzoeker aan het Louis Bolk Instituut. “Het anders te kijken naar deze aandelen blijvend grasland, mais en gras rode- en witte klaver levert hen pure winst op.”

Meer lezen
De artikelen waarin het onderzoek uitgebreid beschreven staat, zijn eind november gepubliceerd in vakblad V-focus en te downloaden: Optimaal landgebruik voor bodemkwaliteit en Inkomen 7.000 euro hoger bij betere bodemkwaliteit. Hierin zijn onder meer de verschillen in grasopbrengst, inzet van krachtvoer, mestgift en mestafvoer inzichtelijk gemaakt. Het project Vruchtbare Kringloop wil melkveehouders inspireren en faciliteren om efficiënter met de mineralen op hun bedrijf om te gaan en is een gezamenlijk initiatief van LTO Noord, Waterschap Rijn en IJssel, ForFarmers, Vitens, FrieslandCampina en Rabobank. Onderliggend onderzoek werd uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut in samenwerking met Wageningen Livestock Research.

Voor meer informatie: neem contact op met Nick van Eekeren (n.vaneekeren@louisbolk.nl)

 

Factsheet bodem clm groencompost

De winst van goed bodembeheer concreet in beeld

Een 10% hogere opbrengst van bieten en aardappels bij 1% meer organische stof in de bodem. Zo concreet kan het voordeel van goed bodembeheer zijn voor de boer. Dat geldt ook voor wateropvang: met die 1% extra organische stof kan een bodem 6,8 tot 9,3 mm meer water bergen (in resp. zand en klei). Dan kan een boer bij droogte de beregening van het gewas tot twee weken uitstellen. Dat blijkt uit een analyse van CLM.

Ook voorkómen en opheffen van bodemverdichting is in het voordeel voor boer en waterbeheerder. Ook hier gaat het om een opbrengstverschil van al snel 10%. De winst voor conservering van water is minder eenduidig vast te stellen.

Samen met Wageningen Environmental Research (Alterra) onderzocht CLM welke conclusies kunnen worden getrokken uit de vele onderzoeksgegevens over de meerwaarde van duurzaam bodembeheer. Het blijkt dat goed bodembeheer inderdaad voordeel oplevert voor de boer én de omgeving.

Zicht op de concrete voordelen kan voor agrariërs aanleiding zijn om meer te investeren in duurzaam bodembeheer. Agrarische ondernemers wegen immers investeringen af tegen opbrengsten dit jaar en in de toekomst.

Bodembeheermaatregelen

De geanalyseerde maatregelen grijpen in op bodemvruchtbaarheid en het tegengaan van bodemverdichting. In de waardenkaarten, gebaseerd op het onderzoek, staat kwantitatieve informatie over verhoging van bodemorganische stof, effect op de gewasopbrengst en watervasthoudend vermogen:

 

Download de volledige onderzoekrapportage.

Vragen? Neem contact op met Elisa de Lijster, CLM

(edelijster@clm.nl | T 0345 470 722)

gijs stimulansen bodem

Positieve prikkels voor levendige bodem organische stof

Meer positieve prikkels om levendige en dynamische organische stof de bodem in te krijgen. Die boodschap bracht Gijs Kuneman – directeur CLM – in tijdens het Ronde Tafelgesprek van de EZ-Commissie van de 2e kamer op 26 oktober 2016. Momenteel is er weinig stimulans voor een agrariër om te investeren in lange termijn bodemkwaliteit. De overheid kan op verschillende manieren hieraan bijdragen.

 

Levendige bodem organische stof

Landelijk gezien daalt het gehalte aan bodem organische stof niet.[1] Lokaal kan door het landgebruik wel problemen ontstaan. Van grotere zorg is de kwaliteit en functionaliteit van de bodem organische stof. Zit er leven in, zit er dynamiek in, hoe functioneel is het – met als metafoor de meeuwen achter de ploeg?

 

Positieve prikkels

Agrariërs kennen de wisselwerking tussen bodemorganische stof en bodemvruchtbaarheid, waterbuffering, etc. Momenteel bestaat er weinig stimulans voor het investeren in lange termijn bodemkwaliteit bij de agrariër, o.a. door korte pachtduur. Gedacht kan worden aan mogelijke positieve prikkels:

  • Label Duurzaam Bodembeheer: de pachter wordt beloond wanneer is geïnvesteerd in bodemorganische stof en bodemkwaliteit.
  • Carbon credits: de boer wordt beloond voor klimaatdiensten via een vergoeding per ton CO2 dat hij vast legt in de bodem.
  • Circulaire economie: de biomassa uit openbaar groen en natuurterreinen wordt momenteel ingezet in de biobased economy, maar kan samen met dierlijke mest een nieuwe meststof vormen die veel organische stof aan de bodem toevoegt.

 

Rol voor de overheid

De overheid kan op vier manieren bijdragen aan de bodemkwaliteit:

  1. Een integraal beleid voor bodemkwaliteit en het meenemen van landgebruik,
  2. Meenemen van CO2 vastlegging in de bodem, in het klimaatbeleid.
  3. Als grondeigenaar via o.a. gemeenten, provincies en waterschappen, door voorwaarden te stellen aan de pacht op gebied van CO2-opslag.
  4. Via vergroeningstoeslagen onder het GLB een kans om te sturen op bodemkwaliteit.

 

Meer informatie: Gijs Kuneman | gkuneman@clm.nl | 0345 470 726

 

 

[1] Reijneveld, A., J. van Wensem en O. Oenema. 2009. Trends in soil organic carbon of Agricultural land in the

Netherlands between 1984 and 2004. Geoderma 152: 231–238

150423-zanen-02

Grote behoefte aan kennis bodem

“Er is een grote behoefte aan praktisch toepasbare kennis over bodem”, concludeert bodemonderzoeker Marleen Zanen van het Louis Bolk Instituut. Samen met bodemadviseur Leen Janmaat, verzorgde zij voor LTO Noord negen vaktechnische avonden over bodem.  

Zo’n 275 akkerbouwers bezochten de thema-avonden. Het waren levendige bijeenkomsten met veel interactie waarin veel vragen werden gesteld. Met een enquête werd de kennis over bodem getoetst. Hieruit bleek dat de algemene theoretische kennis over de bodem wel aanwezig is, maar dat boeren nog weinig weten over hun eígen grond.
Men heeft nog veel vragen over bodembeheer en maatregelen in context van de bedrijfsvoering. Dan gaat het bijvoorbeeld over het optimaliseren van de vruchtwisseling, grondbewerkingen en bemesting. Er mist in wezen kennis die bij kan dragen aan maatwerk op perceelsniveau.

Uit de enquête bleek ook dat merendeel van de boeren nooit in de bodem kijkt met behulp van een profielkuil. “Dat is een gemiste kans. Het begint ermee dat je in je eigen bodem kijkt want dat is het kapitaal onder je bedrijf. Door hier meer over te weten maak je je bedrijf sterker”, aldus Zanen.

Meer weten over het beoordelen van je eigen bodem? Bekijk hier een filmpje.

150423-zanen-02

plaatje-symposium carbon credits

Tijd voor carbon credits?

Een paar jaar geleden onderzochten CLM en LBI de mogelijkheid om boeren te belonen voor goed bodembeheer met carbon credits. Dat bleek ingewikkeld – en misschien een paar jaar te vroeg. Biedt het post-Parijs Klimaatverdrag een nieuwe kans?

plaatje-symposium-ccc-april-2013Sinds de Klimaattop in Parijs eind 2015 staat landgebruik op de klimaatagenda, maar de invulling van het beleid is nog onbekend. Feit is dat vastlegging van CO2 in bodemorganische stof voor de boer productiewaarde oplevert en een klimaatdienst is aan de maatschappij.

De conclusies van ons project Credits for Carbon Care waren deze. Je kunt boeren belonen voor goed bodembeheer via carbon credits. Dit moet dan wel goed worden geregeld, met vergoedingen voor zowel de koolstofvoorraad in de bodem als de toevoeging. En een aantal knelpunten nog oplossen, zoals voorkomen van dubbeltelling, iets regelen voor terugval als de OS weer wordt omgezet in CO2, en de verificatie daarvan. Ook moet de prijs hoger, die komt nu uit op €10-20 per ha per jaar.

Toch lijkt de tijd iets rijper. Er is een Green Deal Nationale Koolstofmarkten in de maak, een afspraak tussen bedrijven, organisaties, lokale klimaatfondsen en het Rijk. Zowel LBI als CLM zijn partner in de Green Deal. Doel is om een uniform systeem voor credits op te zetten, de marktwaarde van de credits te borgen en markt te creëren.

schermafbeelding-2016-11-23-om-16-55-49

 

Vragen? Neem contact op met Gijs Kuneman, CLM

(M gkuneman@clm.nl | 0345 470 726)

schermafbeelding-2016-11-24-om-14-31-56

Aandacht voor de bodem in Schoon Water: groenbemesters goed zaaien

Een goede groenbemester heeft vele voordelen. Zo voorkomt de groenbemester emissie van nutriënten in het late najaar en in de winter en levert de bladmassa extra nutriënten en organische stof. Ook helpt de groenbemester onkruid te onderdrukken, wat weer herbiciden kan schelen en uitspoeling van deze middelen kan verminderen. 

In het programma Schoon Water Voor Brabant (www.schoon-water.nl) werkt CLM samen met Delphy aan een gezonde bodem o.a. door groenbemesters. Op praktijkbedrijf Geling in Oploo zijn proeven gedaan om twee zaaimethodes te vergelijken. Verschillende groenbemestermengsels zijn ingezaaid met een zaaikouter én met een zaaibalk achter de cultivator. De verschillen drie weken na inzaai zijn groot. De zaaikouter geeft bij alle zaadmengsels en groenbemesters een duidelijk hoger plantaantal per m2, gemiddeld 51 planten meer. Het groenbedekkingspercentage bleek bij deze zaaimethode circa 18% hoger.

Een goede bedekking is van groot belang voor de onkruidonderdrukking. De foto’s laten het verschil in zaaimethode goed zien. De Japanse haver staat er veel dichter en egaler bij. Een goede inzaai is dus van groot belang voor een goede groenbemester.

bodembedekking groenbemesters zaaitechniek

Delphy voerde deze proeven uit in opdracht van BO akkerbouw.

 

Vragen? Neem contact op met Peter Leendertse, CLM

(M pele@clm.nl | 0345 470 751)