Inzicht door indicatoren voor biodiversiteit

Recentelijk is er veel aandacht voor de dramatische achteruitgang van insecten. Zo is sinds 1989 in Noordwest-Europa een afname aan vliegende insecten gemeten van ruim 75% en een afname in soorten van 25%. De oorzaak ligt niet vast, maar er ligt een vermoeden dat het gebruik van pesticiden hieraan ten grondslag ligt. Aangezien insecten een belangrijke voedselbron zijn voor vogels, heeft deze achteruitgang ook effect op de vogelstand.

In het rapport ‘Biodiverse akkerbouw – Verkenning van indicatoren voor agrobiodiversiteit in de akkerbouw’  zijn  indicatoren voor agrobiodiversiteit in de akkerbouw nader beschreven. Daarbij is aangesloten op het Conceptueel Kader voor Biodiversiteit van het Louis Bolk Instituut dat een basis legt voor de beschrijvende biodiversiteit op de verschillende niveaus van een landbouwbedrijf. De verkenning geeft een aanzet voor het eenduidig meten van biodiversiteitsprestaties gebaseerd op Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). Uit de KPI’s valt af te lezen zijn of een bedrijf op koers ligt ten aanzien van doelstellingen op het gebied van biodiversiteit (stuurinstrument) en anderzijds vormt het  de basis voor het belonen van te behalen biodiversiteitswinst.

Een goed bodembeheer is een belangrijk uitgangspunt voor het bereiken van een biodiverse akkerbouw. Zo worden voorstellen gedaan rond het aandeel rustgewassen in een rotatie, organische stofbalans, het percentage bodembedekking van het land gedurende het jaar, de bodemconditie, inzet gewasbeschermingsmiddelen en stikstofbedrijfsoverschot. De toegevoegde waarde van de bodemconditie komt voort uit de inzet als stuurvariabele: er kan een koppeling met bedrijfsmaatregelen rond grondbewerking, waterhuishouding en teelt van gewassen worden gemaakt. Indirect worden hiermee bodembeherende maatregelen specifiek afgestemd op de bodemcondities.

Lees het volledige rapport

Vragen? Neem contact op met Chris Koopmans, Louis Bolk Instituut  (c.koopmans@louisbolk.nl)