Berichten

Bomen, Bodem en Melk

Kan een veehouder zijn bodem verbeteren door het aanplanten van een bos?  Dat is de vraag in de pilot die CLM samen een veehouder en Probos heeft opgezet. Waarom zou een veehouder een bos aanleggen? Het antwoord is simpel: houtsnippers zijn prima strooisel voor in de stal. En na gebruik kan het strooisel op het land worden gebracht als bron aan organische stof. Zou hou je de hele cyclus in eigen hand, en verbeter je de organische stofbalans van de bodem.

Elzen planten

Veehouder Henk Hoefnagel pacht 5 hectare bosgrond op zijn bedrijf de Henricushoeve. Probos en CLM helpen met de inrichting. “Ik ben boer, geen boswachter, dus voor het planten van een bos heb ik wat hulp nodig. “Probos heeft het beplantingsplan gemaakt, waarin zowel natuur als productiehout aandacht kregen. Er komen elzen, wilgen en populieren, bomen die goed en snel groeien op natte grond. De snippers dienen als stalstrooisel”.

Snippers in de stal

De bomen worden periodiek (elke 2 tot 8 jaar) terug gezet. Na het terug zetten vormen de bomen vanuit de stobbe weer nieuwe stammen. Dit is een moderne vorm van hakhout- of griendbeheer. Het hout dat uit het bos wordt geoogst gaat in de versnipperaar. De snippers worden gebruikt als stalstrooisel in de compoststal van de Henricus Hoeve. De compost uit de stal levert vervolgens extra organische stof aan de gras- en akkerlanden van het bedrijf. Hiermee wordt er extra koolstof  vastgelegd in de bodem. Op termijn levert het bovendien een gezondere bodem op.

Naar een klimaatneutraal bedrijf

CLM rekent de koolstofbalans uit van de veranderingen. Hoefnagel wil de Henricus Hoeve klimaatneutraal maken. Met de oogst van hout voer je weliswaar koolstof af, maar de stobben en wortels van de bomen leggen CO₂ vast. Ook zorgt een hoger organische stofgehalte in de bodem ook voor vastlegging van koolstof. De ontwikkelingen hiervan worden de komende jaren nauwkeurig gevolgd. Door de snippers lokaal in zijn eigen klimaatbos te telen wil Henk Hoefnagel zelfvoorzienend worden, zodat hij geen houtsnippers meer van derden hoeft aan te kopen. Dit scheelt bovendien transport van houtsnippers over lange afstanden.

Henk Hoefnagel ziet bomen op het bedrijf als een ontwikkeling die in de toekomst heel normaal zal zijn. “Bijna twintig jaar geleden legde ik de eerste zonnepanelen op mijn dak. Collega’s verklaarden me toen voor gek; dat kon nooit uit. Maar ik wilde een duurzaam bedrijf en dat blijkt toch een hele goede keuze te zijn geweest. En zo zullen over 10-15 jaar bomen op het bedrijf heel normaal zijn.”

Meer informatie

Erik van Well  – 0345 470 756

 

Bodemmaatregelen voor gras- en bouwland

In het project Carbon Valley zijn Brabantse agrariërs van Het Groene Woud, de Duinboeren en Agro As de Peel aan de slag met organische stofmanagement. Hiervoor is een set van maatregelen opgesteld. In deze set is de aanpassing van het landgebruik op bedrijfsniveau de basis. Daarnaast worden maatregelen benoemd om op gras- en bouwland de afbraak te verminderen en aanvoer van organische stof te verhogen.

Door zonlicht, CO2 in de lucht en water en nutriënten uit de bodem wordt in gewassen als gras en mais organische stof gevormd via fotosynthese (“groei” = vastgelegde koolstof in nieuwe organische stof). Deze organische stof wordt geoogst / begraasd óf blijft achter als gewasrest (afgestorven blad, stoppel, wortels) op of in de bodem. De organische stof die door koeien wordt gegeten wordt voor ca. 75% als energie gebruikt waarbij CO2 wordt uitgeademd. Ca. 25% van de opgegeten organische stof komt in de mest terecht, en uiteindelijk op het land en in de bodem.

Samen met de gewasresten vormt mest de belangrijkste bron van verse organische stof voor de bodem. Hiervan wordt een gedeelte binnen één jaar afgebroken en een gedeelte, de effectieve organische stof, blijft langer in de bodem. Wat we de “korte koolstofcyclus” noemen omvat de door vee uitgeademde CO2 plus de organische stof in de bodem die binnen één jaar wordt afgebroken.  De organische stof die in de bodem langer dan één jaar behouden blijft maakt deel uit van de “lange koolstofcyclus”.

Het opbouwen van organische stof in de bodem gaat slechts zeer geleidelijk. Voor 1% OS-gehalte stijging in de laag 0-25 cm is minimaal 33 ton OS per hectare per jaar nodig. Tegenover de opbouw van organische stof op blijvend grasland staat afbraak wanneer het grasland wordt gescheurd ten behoeve van snijmaisteelt. Uitgaande van het huidige landgebruik in de melkveehouderij in combinatie met onderzoek naar bodemkwaliteit op zandgrond  en naar rode klaver in vruchtwisseling  kan een algemeen advies worden gegeven voor een optimaal landgebruik:

Binnen de derogatie, waarbij 80% grasland en 20% bouwland (mais) past, is een optimale inrichting 60 % blijvend grasland, 20% gras met rode en witte klaver in vruchtwisseling met bouwland en 20% bouwland in vruchtwisseling met gras met rode en witte klaver (3 om 3 jaar).

Meer informatie

Nick van Eekeren Louis Bolk Instituut

 

 

De winst van goed bodembeheer concreet in beeld

Een 10% hogere opbrengst van bieten en aardappels bij 1% meer organische stof in de bodem. Zo concreet kan het voordeel van goed bodembeheer zijn voor de boer. Dat geldt ook voor wateropvang: met die 1% extra organische stof kan een bodem 6,8 tot 9,3 mm meer water bergen (in resp. zand en klei). Dan kan een boer bij droogte de beregening van het gewas tot twee weken uitstellen. Dat blijkt uit een analyse van CLM.

Ook voorkómen en opheffen van bodemverdichting is in het voordeel voor boer en waterbeheerder. Ook hier gaat het om een opbrengstverschil van al snel 10%. De winst voor conservering van water is minder eenduidig vast te stellen.

Samen met Wageningen Environmental Research (Alterra) onderzocht CLM welke conclusies kunnen worden getrokken uit de vele onderzoeksgegevens over de meerwaarde van duurzaam bodembeheer. Het blijkt dat goed bodembeheer inderdaad voordeel oplevert voor de boer én de omgeving.

Zicht op de concrete voordelen kan voor agrariërs aanleiding zijn om meer te investeren in duurzaam bodembeheer. Agrarische ondernemers wegen immers investeringen af tegen opbrengsten dit jaar en in de toekomst.

Bodembeheermaatregelen

De geanalyseerde maatregelen grijpen in op bodemvruchtbaarheid en het tegengaan van bodemverdichting. In de waardenkaarten, gebaseerd op het onderzoek, staat kwantitatieve informatie over verhoging van bodemorganische stof, effect op de gewasopbrengst en watervasthoudend vermogen:

 

Download de volledige onderzoekrapportage.

Vragen? Neem contact op met Elisa de Lijster, CLM

(edelijster@clm.nl | T 0345 470 722)